Close

Over de nachtegaal

Huis-Nachtegaal-logo-verhaal-resized

Ken je het sprookje van de keizer en de nachtegaal?

Je wilt het nu misschien niet hebben over sprookjes maar vast en zeker wel over de nachtegaal…

De nachtegaal doet wat hij moet doen. Niet meer en niet minder.
Hij zingt liedjes zoals dat van een nachtegaal verwacht wordt.
De liedjes van alledag.  

Tot hij op een dag uitgezongen raakt en het liedje van alledag ineens een heus onoverkomelijk lied blijkt te zijn.
Niet minder maar véél meer.
Hij vindt de kracht niet om verder te zingen. De melodie niet.
En de adem ook niet.

Wat dan wel nog?
Zijn nest. Dat vindt hij erg makkelijk.

De nachtegaal vraagt zich af hoe dat nu ineens komt.
Zou dat gewoon iets dierlijks zijn? en bij zijn vogelleven horen?
Hij had nooit kunnen denken dat hij zich deze vraag moest stellen.

Het zingen lukt niet meer.
De vleugels aan zijn lijfje doen hem eraan herinneren dat hij wel nog kan vliegen.
Weg. Wegvliegen van dit alles.

Maar dat doet hij niet. Hij wilt hier zijn. In zijn nest.
Dat is de plek waar hij het antwoord zal vinden.

In zijn nest vraagt hij zich af wat er fout gegaan is.
Daar is het veilig. Hij draait en keert en draait…
Hij kan de slaap maar niet vinden.
Hij vraagt zich af waar zijn lied gebleven is.
Hij moet de melodie onderweg ergens kwijtgespeeld zijn…

De nachtegaal overloopt zijn hele vogelleven en alles en iedereen die hij is tegengekomen op zijn pad.
Niets bijzonders op het eerste zicht. Of toch?

Hij ziet zichzelf op zijn pad. Het vertrouwde pad op zijn dagelijkse (wandel)route.
Geen rondje is hetzelfde, zelfs al is de route dat wel.
Sommige dingen komt hij telkens opnieuw tegen : de vermoeidheid, de vele gedachtes,  het piekeren over wat geweest is of (niet) komen gaat….
En vooral ziet hij de vele wormen die de kop opsteken.
Hij ziet hoe ze zich voor zijn poten werpen. Hij kan er niet omheen.
De nachtegaal merkt hoe ze zich opdringen. Ze zijn met zoveel.

En dan ineens ziet hij het.
Hoe gretig hij staat te pikken in die wormen. En meer en dieper en nog…
Hij ziet iets wat niet meer op pikken lijkt maar eerder op worstelen.
En nog meer worstelen.
De nachtegaal gaat door.

En dan ineens voelt hij het.
Hoe hij maar niet verzadigd raakt ondanks de ontelbare wormen die hij reeds heeft verslonden.

En dan ineens weet hij het.
Niet alle wormen zijn goed voor hem.
Niet alle wormen dragen iets bij aan zijn vogelleven.
Niet alle wormen doen er toe.

Zijn buik is vol. Vol van wormen die hij niet nodig heeft.
Vers(l)(t)ikt in de wormen.
Waarschijnlijk is hij op deze manier verstrikt geraakt in zijn eigen lied.
Dat weet hij nu.

De nachtegaal voelt sinds lange tijd terug een warme gloed over zijn lijfje. Er komt weer kracht in zijn veren. De doffe veren verdwijnen en hij is goed op weg naar een glanzend lijfje .

Hij voelt opnieuw iets borrelen. Echt borrelen.
Is het een nieuw repertoire?
Dat is al lang geleden…

Er is terug een lied, een misschien nog mooier lied.

De nachtegaal doet nu wat hij wilt doen.
Niet meer en niet minder.
Hij zingt liedjes zoals dat van een nachtegaal verwacht wordt.
Hij zingt nu met volle overtuiging liedjes. Zijn liedjes.
Die liedjes die op zijn vleugels staan geschreven. De allermooiste dus.
Dat maakt hem net zo Uniek. Natuurlijk. Krachtig.

En dan is er nog de keizer.
De keizer die oren heeft naar de nachtegaal die zijn eigen lied zingt.
De keizer die houdt van het onvoorspelbare, het verrassende, allesbehalve voorgeprogrammeerde geluid.
Geluid dat voortkomt uit verdriet, pijn, angst maar ook uit geluk.
Hij houdt van de scherpe valse noten die de nachtegaal maken tot wie hij is. Bijzonder.

Er zijn veel keizers in het leven van de nachtegaal.
Waaraan zouden zij merken dat hij terug zijn eigen lied zingt?

Wat er ook gebeurt (of niet gebeurt) de nachtegaal blijft steeds zijn eigen lied zingen.
Daarin schuilt zijn kracht. Hoe dan ook.

Hij weet ze nu te pikken die wormen.

Ik hoor hem. De melodie van veerkracht, vitaliteit en voldoening…
Zie je de nachtegaal?
Hij heeft geen nest maar een huis.